Marketingbegrippen uitgelegd, van A/B-test tot zoekintentie.
41 begrippen in gewone taal, met de praktijk van een mkb-bedrijf in Twente als uitgangspunt. Zodat je weet waar een bureau, een freelancer of een advertentieplatform het over heeft.
Marketing zit vol jargon, en een deel daarvan is bedoeld om indruk te maken in plaats van uit te leggen. Deze lijst doet het omgekeerde: per begrip een korte uitleg, wat het voor jouw bedrijf betekent en waar je op moet letten. Klik op een letter om te springen, of lees van boven naar beneden. Kom je een term tegen die ontbreekt? Mail hem en hij wordt toegevoegd.
A
- A/B-test
- Twee varianten van een pagina, advertentie of e-mail tegelijk tonen aan vergelijkbare groepen en meten welke beter presteert. Alleen zinvol bij voldoende bezoekers; onder de paar honderd per week zegt het verschil weinig.
- AVG
- De Algemene verordening gegevensbescherming, de Europese privacywet. Voor marketing betekent dit onder meer: toestemming vragen voor nieuwsbrieven, een cookiemelding bij tracking en een privacyverklaring op de website.
B
- Bounce-percentage
- Het aandeel bezoekers dat de website verlaat zonder verdere actie. Een hoog percentage op een dienstpagina wijst vaak op een mismatch tussen wat de bezoeker zocht en wat hij aantrof, of op een trage of onduidelijke pagina.
- Branding
- Het bewust opbouwen van een merk: naam, uitstraling, toon en de associaties die mensen bij je bedrijf hebben. Voor een mkb-bedrijf in Twente betekent branding vooral herkenbaar en consequent zijn, van busje tot website.
- Buyer persona
- Een uitgewerkte beschrijving van je ideale klant als persoon: situatie, doelen, twijfels en hoe hij zoekt en beslist. Een persona maakt een abstracte doelgroep concreet, zodat teksten en kanaalkeuzes ergens op gebaseerd zijn.
C
- Call-to-action (CTA)
- De concrete vraag aan de bezoeker: bel, vraag een offerte aan, plan een gesprek. Elke pagina en advertentie hoort er een te hebben. Zonder call-to-action leest iemand je verhaal en gaat daarna weg.
- Content marketing
- Klanten aantrekken met nuttige inhoud (artikelen, gidsen, video) in plaats van met reclame. Het werkt op de lange termijn: een goed artikel over een vakvraag trekt jaren bezoekers via Google.
- Conversie
- Het moment waarop een bezoeker doet wat je wilt: een aanvraag, een telefoontje, een bestelling of een inschrijving. Wat een conversie is, bepaal je zelf; meet het altijd.
- Conversieratio
- Het percentage bezoekers dat converteert. Bij dienstverleners ligt het meestal tussen 1 en 4 procent; een goede lokale landingspagina haalt meer. Een kleine verbetering hier is vaak goedkoper dan meer bezoekers kopen.
- CPC (kosten per klik)
- Wat je gemiddeld betaalt per klik op een advertentie in Google Ads of Meta Ads. Voor lokale diensten in Twente vaak tussen 0,80 en 2,50 euro, voor zakelijke zoektermen hoger.
- CPL (kosten per lead)
- De advertentiekosten gedeeld door het aantal aanvragen dat eruit voortkwam. Het belangrijkste cijfer om campagnes te vergelijken en af te zetten tegen wat een klant je waard is.
- Customer journey
- De weg die een klant aflegt van eerste kennismaking tot aankoop en daarna: oriëntatie, vergelijken, beslissen, gebruiken, aanbevelen. Per fase passen andere kanalen en boodschappen.
D
- Display-advertenties
- Beeldadvertenties (banners) op websites en in apps, meestal via het Google Display Netwerk. Goedkoop per vertoning, vooral geschikt voor bekendheid en retargeting, minder voor directe aanvragen.
- Doelgroep
- De groep mensen of bedrijven voor wie je aanbod bedoeld is. Hoe scherper omschreven (wie, waar, welk probleem, hoe zoeken ze), hoe gerichter en goedkoper je marketing wordt. "Iedereen" is geen doelgroep.
E
- E-mailmarketing
- Bestaande klanten en relaties periodiek mailen met iets nuttigs of een aanbod. Vaak het goedkoopste kanaal voor herhaalaankopen, mits je een lijst hebt en niet alleen mailt als je iets wilt verkopen.
F
- Funnel
- Het trechtermodel van veel bezoekers naar weinig klanten: bezoekers, aanvragen, gesprekken, opdrachten. Door per stap te meten zie je waar het lekt en waar verbeteren het meeste oplevert.
G
- Google Ads
- Het advertentieplatform van Google: tekstadvertenties boven de zoekresultaten, Shopping-advertenties en display. Je betaalt per klik en kunt sturen op zoekterm, regio en tijdstip.
- Google Bedrijfsprofiel
- De gratis bedrijfsvermelding die verschijnt in Google Maps en rechts in de zoekresultaten, met adres, openingstijden, foto's en reviews. Voor lokale bedrijven in Almelo vaak de belangrijkste bron van aanvragen.
H
- Huisstijl
- Het vaste geheel van logo, kleuren, lettertypen en beeldtaal waarmee je bedrijf herkenbaar is. Een huisstijl hoeft niet duur te zijn, wel consequent toegepast.
I
- Inbound marketing
- Klanten naar je toe laten komen via vindbaarheid, content en reviews, in plaats van zelf koud te benaderen. Trager op gang, maar goedkoper en duurzamer dan koude acquisitie.
K
- Klantwaarde (LTV)
- Wat een klant je oplevert over de hele relatie: orderwaarde maal aankoopfrequentie maal klantduur, bij voorkeur op marge. Bepaalt wat je maximaal per lead en per nieuwe klant mag uitgeven.
- KPI
- Kritieke prestatie-indicator: het cijfer waaraan je afmeet of marketing werkt. Kies er weinig en kies de juiste: aanvragen per maand en kosten per aanvraag zeggen meer dan likes of bereik.
L
- Landingspagina
- Een pagina die speciaal gemaakt is om bezoekers uit een advertentie of campagne te ontvangen, met een boodschap en een call-to-action. Sluit de landingspagina niet aan op de advertentie, dan lekt budget weg.
- Lead
- Een potentiële klant die contact heeft gezocht of zijn gegevens heeft achtergelaten: een aanvraag, een telefoontje, een ingevuld formulier. Een lead is nog geen klant; opvolging bepaalt de rest.
- Lokale SEO
- Vindbaar zijn op zoekopdrachten met een plaatsnaam of "in de buurt", zoals "installateur Almelo". Draait om je Google Bedrijfsprofiel, reviews, consistente bedrijfsgegevens en pagina's met lokale relevantie.
M
- Marketingmix
- De combinatie van middelen waarmee je je aanbod in de markt zet, klassiek de vier P's: product, prijs, plaats en promotie. In de praktijk: welke kanalen, met welke boodschap, tegen welk budget.
- Merkbelofte
- De zin die samenvat wat klanten van je mogen verwachten en die je elke dag waarmaakt. Sterker dan een slogan, omdat hij ook intern richting geeft aan hoe je werkt.
N
- NAP-consistentie
- Naam, adres en telefoonnummer overal exact hetzelfde vermelden: website, Google Bedrijfsprofiel, social media, bedrijvengidsen. Afwijkingen verwarren Google en kosten posities in lokale zoekresultaten.
- Nulmeting
- De cijfers vastleggen voordat je iets verandert: bezoekers, aanvragen, omzet uit nieuwe klanten. Zonder nulmeting kun je achteraf niet zeggen of een campagne of website iets heeft opgeleverd.
O
- Organisch verkeer
- Bezoekers die via onbetaalde zoekresultaten binnenkomen. Kost geen klikbudget, maar wel tijd en goede content. Hoe hoger het organische aandeel, hoe minder afhankelijk je bent van advertenties.
P
- Positionering
- De plek die je bedrijf inneemt in het hoofd van de klant ten opzichte van alternatieven: de specialist, de goedkoopste, de snelste, de persoonlijke. Een keuze die je vervolgens in alles doorvoert.
R
- Remarketing
- Ook retargeting: advertenties tonen aan mensen die je website al bezochten maar niet converteerden. Relatief goedkoop en effectief, omdat je adverteert naar mensen die je al kennen.
- ROI en ROAS
- Rendement op investering: wat een marketinguitgave oplevert ten opzichte van wat hij kostte. ROAS is de variant voor advertenties: omzet gedeeld door advertentiekosten. Een ROAS van 4 betekent vier euro omzet per euro advertentie.
S
- SEA
- Search engine advertising: betaald adverteren in zoekmachines, in de praktijk Google Ads. Direct resultaat zolang je betaalt; stopt de campagne, dan stopt het verkeer.
- SEO
- Zoekmachineoptimalisatie: je website zo inrichten dat hij onbetaald hoog verschijnt in Google. Bestaat uit techniek (snelheid, structuur), inhoud (pagina's die vragen beantwoorden) en autoriteit (vermeldingen en links).
- Social media marketing
- Zinvol aanwezig zijn op de kanalen waar je doelgroep zit, organisch en betaald. Voor zakelijke klanten meestal LinkedIn, voor particulieren in de regio Facebook en Instagram. Twee kanalen goed doen slaat zes half.
T
- Tone of voice
- De vaste toon waarin je bedrijf communiceert: nuchter, warm, zakelijk, direct. Vastgelegd in een paar regels, zodat website, offertes en social hetzelfde klinken, wie ze ook schrijft.
U
- USP
- Unique selling point: het onderscheidende voordeel dat je klant belangrijk vindt en dat concurrenten niet of minder bieden. "Kwaliteit en service" is geen USP; "vaste prijs en opleverdatum, anders korting" wel.
- UTM-code
- Een toevoeging aan een link (bijvoorbeeld ?utm_source=nieuwsbrief) waardoor je in Google Analytics ziet via welk kanaal en welke campagne een bezoeker binnenkwam. Onmisbaar om kanalen eerlijk te vergelijken.
W
- Webanalyse
- Het meten en interpreteren van websitegedrag met tools als Google Analytics: waar komen bezoekers vandaan, welke pagina's bekijken ze, waar haken ze af. De basis voor elke beslissing over marketing.
Z
- Zoekintentie
- Wat iemand echt wil als hij een zoekterm intypt: informatie, vergelijken, kopen of een specifieke site vinden. Een pagina die de intentie mist, scoort niet, hoe vaak het zoekwoord er ook in staat.
Zelf aan de slag: Klantwaarde berekenen · Leads en budget terugrekenen · Volwassenheidsscan · Veelgestelde vragen · Alle diensten
Liever iemand die het jargon vertaalt naar een plan?
In 30 minuten bespreken we wat de begrippen voor jouw bedrijf betekenen en welke er echt toe doen. Vrijblijvend, in Almelo of via Teams.
Plan een gesprek